Smart

januari 22nd, 2016

smartjeNa een paar jaar zonder auto ben ik toch maar weer eens gaan uitkijken naar gemotoriseerd vervoer. Na eerst een paar maanden in een Suzuki te hebben gereden kwam ik een alleraardigst Smartje tegen uit 2000. Zag er goed uit, het gereviseerde motortje knorde lekker en nog een jaar APK. Ik heb Smarts altijd leuke auto’s gevonden. Toen ik van een vorige werkgever een lease auto mocht uitzoeken werd dat ook al een Smart. Nu dus weer. Het is wel een oud beestje, maar ik hoop toch dat ik er nog een paar jaar plezier van kan hebben.

Fikkie

augustus 10th, 2011

Ik heb nooit huisdieren gehad. Ja, eentje, en dat heeft nog geen halve dag geduurd. Ik zal een jaar of vier geweest zijn en ik kwam thuis na zes weken in een sanatorium in Egmond aan Zee te hebben gezeten. Ik had namelijk Asthma en het verblijf aan zee zou me goed doen, had de huisarts gezegd. Ik kan me overigens niet herinneren de zee gezien te hebben. Wat ik me wel herinner was een enorme zandheuvel die in een bos leek te eindigen. De andere kinderen waren ervan overtuigd dat er beren zaten. Ik ben regelmatig piepend en wel die heuvel opgeklommem om een glimp van die beren op te vangen. Dat werd natuurlijk niets. Verder was ik er vooral erg alleen. Toen ik thuiskwam hadden mijn ouders een verrassing voor me bedacht. Ze hadden een hondje voor me gekocht, Fikkie. Ik vond ook toen al dieren erg leuk. Wat ik me er nu van herinner leek het op een wat groot uitgevallen Jack Russell. Ik was er erg blij mee, maar daar maakte mijn Asthma snel een einde aan. Al snel had ik geen lucht meer en brachten mijn ouders me in paniek naar de huisarts. Ik kan me nog herinneren dat Fikkie in een mandje achterop de brommer werd weggevoerd. Volgens mijn moeder was de huisarts verschrikkelijk kwaad geweest ‘wil je dat kind dood hebben?’. Ik kan me onze huisarts als erg direct herinneren, dus zo’n vreemde opmerking was het niet voor deze ouderwets betrokken dorpshuisarts.

Asthma dus. Ik heb er in mijn jeugd veel last van gehad, maar ik leerde ook dat er goed mee te leven was als je maar uit de buurt bleef van alles wat je lucht kon wegnemen. En zo kreeg ik de naam geen dierenvriend te zijn. Ach, daar kon ik ook wel mee leven. Maar op een gegeven moment kreeg ik vrienden met katten en merkte ik dat ik daar geen, of in ieder geval veel minder last van had. Mijn asthma was aan het slijten, en doet dat steeds verder. Mijn luchtwegen zijn nog steeds gevoelig, maar het komt nog maar zelden voor dat ik kortademig word van dieren. Waar ik wel nog steeds erg gevoelig voor ben is ‘slechte’ lucht. Je moet met mij geen vuurwerk afsteken, en in een rokerige kroeg ben ik ook minder gezellig. Maar rokerige kroegen zijn er niet zo veel meer.

En nu heb ik voor het eerst in mijn leven katten als huisgenoten. Ze mogen een paar maanden blijven logeren omdat een van hun menselijke huisgenoten aan het revalideren is na een operatie. Ik kom er regelmatig thuis en kon het vanaf het begin goed met ze vinden. En eerlijk gezegd was ik apetrots dat hun baasjes juist aan mij vroegen of ik voor de katten wilde zorgen. Ik, die nooit in zijn leven huisdieren heeft gehad, op die paar uur Fikkie na, dan. Natuurlijk wilde ik dat! Ik verbeeld ze dat ze het hier wel naar hun zin hebben, en ik vind het ook geweldig ze als huisgenootjes te hebben. Ik ga ze nog missen als ze over een dikke maand weer naar huis gaan. Maar ook dan ga ik ze nog regelmatig zien, gelukkig.

Moryus mag blijven!

mei 15th, 2010

Mijn laatste bericht hier dateert van 8 juni 2009. Kort daarna heb ik de site op zwart gezet. Ik had genoeg van mijn virtuele identiteit. Veel van mijn vrienden spraken me uitsluitend nog met ‘Moryus’ aan en mijn Moryus mailbox was voller dan alle andere bij elkaar. Ik kreeg steeds meer het gevoel dat Moryus iemand anders was. Iemand die minder verlegen was, brutaler, zelfbewuster. Moryus was een verbeterde versie van mezelf geworden. En daarmee was ik zelf een slap afgietsel van Moryus. Op een gegeven moment wilde ik langer Moryus zijn. Ik wilde mezelf zijn. Toch geen onredelijke wens?

Er is veel gebeurd het afgelopen jaar. Te veel om in een enkele blogpost te beschrijven. Met mijn afscheid van Moryus leek het of ik ook afscheid van Moryus’ vrienden nam. Het waren immers zijn vrienden en niet de mijne. Berichtjes die ik als mezelf schreef leken anders uit te pakken dan die van Moryus. Ik leerde andere mensen kennen. Het waren er best veel en het werden ook waardevolle contacten. Een deel van de vrienden van Moryus bleef bij me, maar de afstand leek groter te worden. Ik hield mezelf voor dat het bij het leven hoort vrienden te maken en te verliezen. Maar goed voelde het niet.

Gaandeweg werd me iets heel belangrijks duidelijk. Moryus is niet iemand anders, hij is een deel van mij. Als ik hem wegjaag, jaag ik ook een deel van mezelf weg. Iedereen die van verschillende vriendenkringen deel uitmaakt, zal in iedere kring andere kanten van zichzelf laten zien. En dat is absoluut niet verkeerd. Integendeel, het maakt je bewust van je eigen veelzijdigheid. Het is onzinnig om een deel van jezelf weg te willen sturen. Zo’n kort zinnetje, maar ik heb er een hele tijd over moeten nadenken. Maar ik ben er wel uit nu: Moryus mag blijven….